mm 9   22.2

 

Verstrengeld.

 

Bij aankomst hem inpakken. Met een cape en haarzelf. Haar overwicht op die katten. Daarna die beeldentuin, de glazen entree.  Binnen de het interieur met kolommen van licht. L licht dat ook met hem ging spelen. Zijn handen die veranderde, van koel naar warm. Een groepje vrouwen in een zithoek daarmee bezig, hem doorlichtend.

Ishma die hem weer bij de hand nam en resoluut de kring in van koel spottende ogen introk. Van onbe­stemde leeftijden. Van hun achtervolging wist hij al hoe deze Spartaanse regio ze op kwaliteit en duurzaam hield. Kinderen voegden zich nu ook bij het gezelschap. Kennelijk  getipt dat hij er was en ook nieuws­gierig naar zijn entree. Met rituelen van hier en daar een knuffel. Om daarna ook deel te nemen aan het proces van taxatie.

  ‘Hij ziet er vermoeid en verwgend uit, Ishma,’ concludeerde na wat geroeze­moes een van de vrouwen. ‘Breng hem naar z’n appartement.’ Om zich beter consumeer­baar op te maken, begreep hij. Derge­lijke evaluaties meer meegemaakt.

Een druk tegen zijn elle­boog maakte duidelijk dat hij zijn gastvrouw weer te volgen had. Naar de lift, die als een bloem van glas op een metalen stang al naar beneden kwam.  Zijn verblijf voor de komende tijd was op bovenste verdieping.

Het raam van de zithoek bood zicht op de tuin, een licht glooiend grasveld. Met tegen geschoren li­gusters drie statige figuren van brons. Elk met een goudglanzend fier om­hoog gestoken lans. Met onder de piek een vaantje dat door de wind rond tolde. Die sloom en ieder op een eigen ritme bewogen. Tot ze ineens jem toeknikten. Vier keer. Op de klok in de kamer zag hij dat vier uur was. Deze wachters hielden dus ook de tijd in de gaten, en wie weet wat nog meer? Hij zich bespied voelend een stap terug deed. Scheppingen van Ishma wist hijj. Hij zou dus uiterst voorzichtig moeten opereren. Elke fout kon fataal zijn.

   Weer op de klok kijkend bleek dat hij zich kwartier had laten hypnotiseren door die deinende spionnen. Terwijl hij over een uur beneden werd verwacht. Vluchtig verkende hij het appartement. Op verras­singen zoals ook hij had gepland.

In een kast hing keurig zijn over de buis verzonden kleding. De zitkamer had  de gebruikelijke gemakken. De slaapkamer met een bed voor twee. Ze hadden hem riant gehuisvest. Mannen vertroetelen een bekend recept om ze te optimaliseren. Vaak waren deze gastverblijven erotisch getint met prenten en kleuren. Hierniet, lag het accent op comfort. Aan de wandentwee tableaus die hij zelf kon invullen. Hij kon aange­ven wat hij waard was. Verder prenten van de omgeving,  Van  zonovergoten  duinen,  machtige wol­kenluvhten, het Haf met wadden, de  zee in drie stemmingen. Wat zij dus waard waren. In deze creativiteit geboren en getogen zijn en dan elders nooit meer kunnen aarden.  Zich ook steeds meer geborgen voelend op zijn nieuwe stek.

Meldde zich een stevige trek. Zijn keukenblok bleekdaarin te voorzien. Potten met paddenstoelen in gelei, gemarineerde vis en gekonfijte vruchten, diverse kaasjes, worsten, pasteitjes, noten, een lade met broodjes.. De knop ‘dranken’ opende een kleine bar. Terwijl het bad vol liep probeerde hij een witte wijn en een paté. Eenmaal in het schuimende water vergat hij haast zijn opdracht. Hier viel heel veel te genieten.

   Voorlopig was hij onder de hoede van Ishma. Estrice en hesta waren naar iets onverwachts zakelijks. Hadden uiteraard de eerste rechten. Die de anderen duidelijk respecteren. Met hem alllen wilden praten. Over zijn horst met alen mannen.  gMet veel gevoel voor discour. Vreemde maar took wel heel prettige vrouwen.

     Verfrist en met zorg gekleed was hij ze tegemoet getreden. De kinderen weer met een waterval van vragen. Moest vertellen over zijn avonturen in de bergen, hoe zijn adelaarsnest eruit zag, of  er ook adelaars waren. Terwijl hij zijn best deed op boeiend antwoorden keken andere ogen weer kritisch toe hoe hij dit verhoor onderging.

De maaltijd vooral  van wat ze in de natuur verzamelden, kweekten en vingen. Verteld dat hij op zijn horst de keuken deed alles willen weten ocer zijn recepten.  Moest hij hier mee aan de gang. Zeggen hoe alles hem smaakte. En wat hij niet lekker vond. Alles vooral gezond. ‘Goed bereid maar kan bete’r. Mocht hij bewijzen. En dat hij de op de horst gebruikelijke wijn miste. Met alcohol waaren ze heel voorzichtig. Hij zou moeten afkikken.   

Daarmee uiteenzettingen over hoe ze hun conditie optimaliseerden. Met onder andere rennen en klauteren  over aan kabels hangende paden en trappen de lucht in. Vrij willen zijn van het aardse.  Dus net als hij in de bergen.

De eerste kennismaking leek zo redelijk succesvol. Eindigde met hij zou wel moe zijn en zich op zijn plek boven mogen terugtrekken. Met daar de verleiding van toch wijn, en iets te veel. En de beleving van zich hier al thuis voelen.

    De volgende ochtend vroeg op om zich buiten te hervinden. De omgeving te verkennen. Ishma ook op die hem dat verbood . ‘Hij zou niet de eerste zijn die hier  dan verdween.’ Ze zou hem begeleiden. Het was goe  weer met zon en wolken verfrissend. Na een uur over paden door dichte begroeiing en over stuifduine een slufter. Net eb daardoor naar de zee. In de verte nog Door harde wind met hoge golven brekend op het brede strand. Met platen en geulen. ‘Een kust in opbouw,’ vertelde Ishma. De erfenis nog van eens Europa slopende rivieren. Heel veel zand en slip. En op deze banken constant in beweging. ‘Daardoor verraderlijk, gevaarlijk. ‘Daar te makkelijk over denken doe je dat nooit lang. Nu nog veilig omdat de eb de zandban­ken vast trekt De vloed die waarop je net nog stevig stond ver­anderde in drijfzand. Hier moest je weten wanneer je waar kon lopen en tot hoever. ‘Daarom wilde ik beslist met je mee. We willen je nog niet missen.’ Was dus net als in de bergen,. Ook daar moest je mee  leren verkeren. ‘Jij kent al de gevaren?’ Als antwoord ging ze hem voor naar de zee. ‘Heerlijke golven om je te laten masseren. Nu nog te koud voor je. Of ben je wel wat gewend?’ Toen hij aanstalten maakte zich te ontkleden maakte ze toch bezwaar. ‘Burton, we moeten weer terug. De vloed komt zo. En tot op de duinen kunnen we nu nog net halen’. Hier dus ook op de tijd letten. Hij moest weer denken aan haar deinende beelden.

Zij was hier thuis en daarmee de baas. Wel een waarnaar het het prettig luisteren was. Van deze vrouw viel veel te leren..

   Die horst in de bergen, had ze ge­vraagd. Was het alleen de bergsport die ze bezig hield? ‘n. Nadenken over ons bestaan en doel’  had hij gemompeld. Moest wat zeggen maar niet te veel. Kon zijn missie misschien verraden.  ‘Nakaarten over jullie zwerftochten?’ Ze bleef aan­houden. ‘Chiavel heeft het niet zo met vrouwen. Omringd zich  graag met mannen’. Is niet zo tot zwerven gedoemd. ‘Ken je verleden en schep van daaruit je toekomst. Dat is ons motto’.  ‘Waarom een toekomst? Wat mankeert er aan ons heden? Laten we  ons daarop concentreren.  ‘ben jij er ontevreden mee’ ‘Nee’ Vertelde dat hij van die horst weg wilde.  ‘Al heel lang maken wij geen geschiedenis meer en daarmee ook geen toekomst. Wij hebben alleen nog maar ons heden’. ‘Dat wel stoelt op neen kwalijk verleden. En een door jullie eens bedachte toekomst.

Hetwerd bu als een discour met Kervin. Beleefde iets van verstrengeling met Ishma. Gevangen worden door haar woordenen daarmee  haar  taal. Die van haar roedel.

 ‘Het heden,  een  voltooid verleden was. Nooit voor eeuwig is. De evolutie mrt mutatiespruiten.  Zij vrouwen inmiddels de stam en de mannen al een zijtak. Die met dat fatale van ze  dreigde af te vallen.  

 De terugtocht door de duinen werd zo helemaal in de geest van met Kervin. Maar met duidelijk andere invalshoek. Jammer dat hij er niet bij was.  

Om uit te rusten hadden ze enige tijd genoten van de zon in de luwte in een duinpan. En daarboven de zang van een leeuwerik.

‘Met de selectie de maakbare mens Burton. Z’n filter kunnen lezen. Misschien ook wel kunnen beïnvloeden. De kap waarmee  we die kunnen visualiseren. Daarmee het brein ook kunnen programmeren. Met dat verhaal is men mee bezig. Maar wie maakt zich dat eigen? En wordt dan bepalend voor de daarmee te maken ,ensen?’ ‘Zij die het voor het zeggen hebben’. ‘Het wereldwij discour toch, dat wat vroeger democratie  w as’.’Met qlles maabaar toen de das om gedaan’, Door toen die badeenden met hun feesten en beesten, zich verheven voelen’. ‘De gouden elites in de geschiedenis. Die zich van adel bedachten. Dat met bedachte religies verankerden in samenlevingen. De koning die de berg op klom voor overoeg daarboven. En terug kwam met daar gestelde geboden en verboden. Te gehoorzamen. En er niet mee  eens je naar boven te sturen  voor overleg daar met de bron’. ‘Het geloof nu vooral in de zin van de schepping, van de die oerknal’.

Daarna toch even spannend toen ze al pratend verdwaalden in een ven. Waar ze  en er met natte voeten er uitkwamen. ‘Met Hesta was me dat niet overkomen’ had e zich verontschuldigd. Werden ze even geteisterd door hagelbui. Ook het weer hier was heerlijk stimulerend.

‘Dat rijke verleden. Dat wij hebben  afgerond tot op vele generaties bestendig. Daarmee

materieel een vrije dans op de melodieën van de natuurwetten. Van dat mysterie van uur nul van de schepping. De verstrengeling van ruimte, tijd, materie en energie naar die wetten. Tot op ons denken, bedenken’.  ‘Heb even tijd  nodig omdit te begrijpen ‘. ‘Valt niet te begrijpen, die verstrengeling’. ‘Waarmee jij zo creatief scheppend bezig bent’.  

    Waarna ze weer over Heta begon. ta begon. ‘Us gespecialiseerd in wat zij noemt onze materiële verlen­ging en daarmee ons materiele er zijn.  Met materiële middelen en en ook de  programmering van ons brein, met die taal  waarin we leven.  Waarmee we mens zijn. Een immaterieel fenomeen. Een dat maakbaar wordt? Met tzo’n kap. Waar Estice weer alles van weet. En die daar oroblemen mee heeft. Dat niet ziet zigen’.

       Volgde een verhaal over de niveaus van samen. De verdeling ervan naar die van devorm van een antieke kerkklok. Met de grote middenmoot van net tot ruim voldoende. Levend in de taal ze door de aflopende vlanken bedacht. De fakkeldragers in de samenleving, eens die gouden elites, Ten, twintig procent. Met aan de voet van die klok die uilopers, die paar procent toen alles beheersende en zich toe-eigende badeenden. De selectie die de aan het  andere kant zittend onvoldoende tot mismaakt, een te lijden leven, elimineert. Zij is bang dat met dat maakbare die andere uiloper weer dominant wordt’, Deed Burton aan Chiavel denken  

     ‘Bij Hesta kun je terecht voor adviezen voor de de taal die bij je past, gezien je aanleg en talenten. wat geschreven is, de taal van muziek, beeldende kunsten, schilderijen.  Je er mee te programmeren met zo’n kap in ontwikkeling Bijvoorbeeld piano snwl wn pwrfect leren spelen. Waarmee d evolitie van ons mrns zijn een wnrmw stimulans krijgt. Met steeds grotere verschillen. Al aan de orde bij mannen die niet zo nodig mee hoeven te doen en zich daarom geestelijke v verwaarlozen, en gevrlijk kunnen worden’.   

‘We leven in een voltooid verleden’.Als soort zijn aan het uitsterven zijn’. ‘Niet zo somber, Burton. Nee als soort de bron voor weer een nieuwe. Krijg je  mensen in ein eindeloos veel soorten.  Is elk mens een soort apart. In de tijd een uniek moment.  Volgens mij een vrij moment ’

Werd het ineens spannend, begon Ishma namelijk weer over Estrice. ‘ ‘Zij denkt dat daarme de evolutie verder gaat. Hoe wil ze me nog niet vertellen, moest ze eerst nog beter uitwerken.’ Zou Ishma zo maar even uit de doeken doen waarnaar zij op zoek waren? Ze hadden achter elkaar moeten lopen door een dal met stekelig duindoorn. Ook daarna bleef ze peinzend voor zich uit staren. Kennelijk had ze een onder­werp aangesneden dat ook haar dwars zat.

Tot ze iweer begon. ‘De meest effectieve materiële verlenging  is die met de medemens. Elkaar weten toe te voegen, de grondslag van elke gemeenschap.  Vroeger met het vanzelfsprekende van slavernij en horigheid, van de werkende klasse. Nu naa r dat wereldwijd discour. En dat wel zo moest blijven.

   Daarna zette ze er meteen stevig de pas in. Het was al laat, zei ze. Daarna was het zowat looppas geworden en stokte de conversatie.

      Een vrouw om mee verstrengeld te zijn. Verliefdheid, nee. Iets als van die bulkatten. Aan haar toegevoegd willen zijn.

***